De reglementering omtrent de afstand waarop bomen, heesters of struiken, alleenstaand of in rijen, dienen geplant te worden, is vervat in art.35 van het Veldwetboek. De wetsbepaling is zowel in de stad als op het platteland van toepassing.
Hoogstammige bomen plant je op minstens twee meter van de scheidingslijn tussen twee erven. Hoogstammige bomen hebben op 1,50 meter hoogte een stamomtrek van minstens 30 centimeter of een tenminste 3,50 meter hoge stam.
Voor niet-hoogstammige bomen en levende hagen moet je rekening houden met een afstand van een halve meter.
Voor betwistingen wend je je tot de griffie van het vredegerecht van het kanton, Mechelsesteenweg 83, 2550 Kontich, tel. 03 457 05 11.